Home / Resultaten / Literatuur / Architectenprofessie

 
  • Cohen, L., Wilkinson, A., Arnold, J., & Finn, R. (2005). ‘Remember I’m the bloody architect!’Architects, organizations and discourses of profession. Work, Employment & Society, 19(4), 775-796.
    In dit artikel focussen de auteurs op architectuur uit het Verenigd Koninkrijk. Ze toetsen hoe architecten uit de publieke en de private sector het doel en proces van hun beroep construeren. Ze stellen dat architectuur is opgericht als een creatief streven, business activiteit en publieke service.
  • Burr, K. L., & Jones, C. B. (2010). The Role of the Architect: Changes of the Past, Practices of the Present, and Indications of the Future. International Journal of Construction Education and Research, 6(2), 122-138.
    De exacte rol van de huidige architect is onduidelijk. Het doel van dit onderzoek is om de factoren, die de verandering van de rol van de architect hebben veroorzaakt, te identificeren. Door deze factoren te analyseren, wordt inzicht verkregen in de koers van de positie van de architect in de nabije toekomst.
  • Duffy, F., & Rabeneck, A. (2013). Professionalism and architects in the 21st century. Building Research & Information, 41(1), 115-122. doi: 10.1080/09613218.2013.724541
    Professionalisme is, vanzelfsprekend, een sociale constructie wat veranderd gedurende de tijd. Het kent twee belangrijke begrippen: vertrouwen en het oordelen op basis van gespecialiseerde kennis. In dit artikel worden deze twee begrippen afgewogen tegenover een aantal recente verschuivingen in de ontwerp professies. De intentie is te onderzoeken welke reacties en strategieën vaklieden mogelijk zouden toepassen in de 21ste eeuw.
  • Winch, G., & Schneider, E. (1993). The strategic management of architectural practice. Construction Management and Economics, 11(6), 467-473. doi: 10.1080/01446199300000052
    In dit artikel is een model ontwikkeld voor strategisch management van een architectenbureau. Het doel is om beter te begrijpen hoe bureaus concurreren met elkaar voor werk rondom een driedelige definitie van kwaliteit. Het toetst de manier waarop architectenbureaus zich onderscheiden als op kennis gebaseerde organisaties, nog voordat sommige van de karakteristieken van hun industriële context worden getoetst.
  • Jamieson, C. (2012). The future for architects? (Vol. Full report). London?: Building Futures, RIBA.
    Dit onderzoek is gericht op het vergelijken van de standpunten van verschillende individuen werkzaam binnen bouwsector over zowel de aanbod- als de vraagzijde binnen de bouwsector.
  • Schoorl, F. (2011). Toekomsten – scenario’s voor architectenbureaus en architectenbranche: BNA.
    Deze publicatie schetst de toekomst van de branche in vier scenario’s. Deze zijn bedoeld als hulpmiddel voor architecten die nadenken over de strategie van hun bureau.
  • van Doorn, A. (2014). BNA dienstenkaarten 2014. Nieuwe rollen en verdienmodellen voor architectenbureaus: Bond van Nederlandse Architecten.
    De dienstenkaarten bieden ondersteuning aan architectenbureaus om mogelijke nieuwe diensten te verkennen. Deze kaarten geven een staalkaart van de mogelijkheden en de competenties, verdienmodellen en risico’s die daarbij horen.