Home / Resultaten / Living Labs / Living Lab #5 – Creativiteit en ondernemen

 

In april 2015 vond het vijfde Living Lab plaats en stond in het teken van ondernemerschap en creativiteit. De markt voor architecten en bouwers lijkt zich te herstellen doordat er weer meer geld en vertrouwen is. Dit is echter nog wel regionaal bepaald. Tegelijkertijd blijkt dat opdrachtgevers in Nederland het vaak lastig vinden om een goede -op prestatie gerichte- vraag te formuleren voor de markt. Dit heeft als gevolg dat deelname aan prijsvragen neerkomt op ‘door een risicoanalyse heenkomen’, in plaats van op het beste ontwerp presenteren. Het maken van kwaliteit komt tegenover het winnen van de aanbesteding te staan. Door risicomijdend gedrag ontstaat niet de beoogde kwaliteit van het architectenbureau. Ook lijken selectieprocedures door opdrachtgevers vaak gezien te worden als een middel waarmee ze verantwoordelijkheden van zich af kunnen schuiven. Dit alles draagt bij aan een moeilijk ondernemersklimaat, wat soms ongewenst doorsijpelt in het product van de architect.

 

Hoewel futurA hard werkt aan innovatieve organisatie- en verdienmodellen voor de architectenbranche, blijft het een relevante vraag in hoeverre kleine tot middelgrote bureaus het zich kunnen permitteren om een nieuw business model te ontwikkelen en te implementeren. Het overgrote deel van de architecten werkt in een kleinere organisatie, welke vaak over weinig middelen beschikt voor dergelijke strategieontwikkeling. Martijn Stevens, onderzoeker op het gebied van innovatie en ondernemerschap in de creatieve sector bij de Radboud Universiteit Nijmegen, was uitgenodigd als gastspreker. Hij vertelt dat om te professionaliseren kleine ondernemers vaak andere middelen nodig hebben dan grote organisaties. In kleine ondernemingen zijn persoonlijke competenties vaak leidend bij het behalen van successen, in plaats van de toegepaste organisatiestructuur. Hierdoor ontstaan er vaak samenwerkingsverbanden tussen kleine ondernemers die per project op zoek gaan naar mogelijke partners.

 

Ondernemers in de creatieve sector zijn vaak werkzaam in meerdere sectoren. Zo doen zij vaak zowel commerciële opdrachten als minder goed betaalde, maar artistiek vrije opdrachten. De architecten uit het consortium beaamde dat een combinatie van verschillende soorten werkzaamheden soms nodig is om het bedrijf financieel gezond te kunnen houden. Dit verschijnsel wordt ook wel cross-financing genoemd en toont aan dat veel architecten momenteel ook bereid zijn om minder goed betaalde opdrachten aan te nemen wanneer zij zo hun artistieke autonomie kunnen behouden.

 

In ondernemerschap zijn twee elementen cruciaal: het zien van kansen (vraag herkennen of vraag initiëren) en het benutten van kansen (het ondernemend gedrag). Het resultaat hiervan is uiteindelijk waardecreatie. Indien er wordt samengewerkt met andere partijen is het ook van groot belang dat de rolverdeling helder is, met als uitgangspunt: hoe gaan we samen die waarde creëren? Toekomstige kansen voor de architectenbranche liggen vooral in het herkennen van de vraag. Dit kan diverse vormen hebben, zoals het zien van kansen in een stuk land, een leegstaand gebouw of in maatschappelijke ontwikkelingen.

 

Voor architecten is het verleidelijk om te snel van de eerste stap, het zien van kansen, direct over te gaan naar de derde stap van waardecreatie zonder kansen eerst te benutten. Dat laatste gaat volgens Martijn Stevens vooral over ondernemend gedrag. Bijvoorbeeld wanneer de vraag wordt gedefinieerd beginnen architecten vaak meteen te schetsen. De kosten van beginnen met ontwerpen, zonder de zekerheid van een opdracht, kunnen oplopen tot wel 30% van de potentiële inkomsten. In de praktijk wordt er soms wel een bonus gegund aan de architect, indien zijn voorbereidingen ook daadwerkelijk tot een opdracht leiden. Dit is tekenend voor de creatieve industrie, waarbij partijen zich vaak organiseren op basis van vertrouwen.