Home / Nieuws / Drive – Dutch Design Week – 26-10-2016

 

Op 26 oktober nam futurA deel aan het DRIVE-festival, dat een onderdeel was van de Dutch Design Week in Eindhoven. DRIVE is het jaarlijkse Design Research & Innovation Festival voor ontwerpers, onderzoekers en hun collega’s werkzaam binnen bedrijven, industrie, de overheid en topsectoren. Meerdere sprekers waren uitgenodigd om tijdens de sessie een korte presentatie te geven en deel te nemen aan een debat.

DDW_borrel_trademark

Foto @ Chantal Bekker / ClickNL

 

 

 

 

 

 

 

Introductie door Fred Schoorl, BNA

Fred Schoorl, directeur van de BNA, opende de sessie met de vraag: is er een toekomst voor de architectenprofessie en hoe zal die toekomst eruit moeten zien? Op basis van drie stellingen werd de vraag getoetst bij het publiek.  De eerste stelling luidde: een architect is een creatieve ondernemer, geen artiest. De meerderheid was het eens met de stelling. Fred voegde hieraan toe, dat in het verleden ongeveer 40% gezegd zou hebben wél een artiest te zijn. De tweede stelling: er is een goede kans voor architecten om zich hun toegevoegde waarde beter toe te eigenen. Iemand uit de zaal was van mening dat het juist slechter gaat. Architecten moeten meer ondernemend worden. De laatste stelling luidde: de architect als onafscheidelijk onderdeel van de waardeketen wordt bedreigd. Een architect uit het publiek was het eens met deze stelling. Andere partijen proberen hun rol uit te breiden en proberen de rol van architect over te nemen. Een architect is echter juist een uiterst belangrijk onderdeel van de keten.

Belangrijkste bevindingen onderzoeksproject futurA door Kristina Lauche

Kristina Lauche presenteerde vervolgens een kort overzicht van de belangrijkste bevindingen van het futurA onderzoek. In het futurA project zijn we op zoek gegaan naar mogelijke toekomstige rollen voor architecten vanuit drie verschillende perspectieven:

  • Professionele identiteit. Hier hebben we onderzocht hoe de identiteit van de architect zich verhoudt tot het aannemen van nieuwe rollen. Wat blijkt is dat architecten verschillende strategieën hanteren in het verkrijgen en herijken van projectrollen en dat deze sterk beïnvloed worden door hun identiteit.
  • Waarde-creatie processen. We hebben gekeken hoe waarde werd gedefinieerd, gecreëerd en toegeëigend. Wat we zagen was dat architecten erg goed zijn in het creëren van waarde en zich daar ook bewust van zijn, echter het toe-eigenen van die waarde blijkt een complex proces.
  • We hebben de vraag onderzocht hoe architecten actief hun projectrol kunnen veranderen en legitimeren in de industrie.

Om de rol van de architect te herdefiniëren werd de vergelijking gemaakt met een muis, gazelle en olifant. Het proces start als een muis, waarbij er nieuwe rollen en structuren worden geïnitieerd. Vervolgens wordt dit opgeschaald naar een gazelle, waarbij er veranderingen plaatsvinden op projectniveau. Als laatste volgt de olifant, welke staat voor veranderingen op het niveau van de gehele professie. Het veranderen naar een nieuwe rol wordt vergeleken met een grote, langzame olifant. Het kost namelijk veel tijd om veranderingen door te voeren.

ddw

Varnish (2014) Life cycles of companies. Afbeelding van The Weekly Acumen

 

 

 

 

 

 

Als laatste presenteerde Kristina Lauche de futurA toolkit, die wordt ontwikkeld om de resultaten van het onderzoek toepasbaar te maken voor de praktijk. De toolkit dient ervoor om architecten en opdrachtgevers te ondersteunen in het maken van bewuste keuzes betreft hun businessmodel en governance structuur zowel op projectniveau als op bedrijfsniveau.

De veranderende rol vanuit het perspectief van een architectenbureau door Nathalie de Vries, MVRDV

Nathalie de Vries vertelde over hoe MVRDV tegen de kwesties uit het futurA onderzoek aan kijkt. MVRDV is een internationaal architectenbureau met kantoren in Nederland, China en binnenkort ook in Frankrijk. Het bureau doet verschillende type projecten, zoals groot- en kleinschalige stedenbouwkundige projecten, volledige serviceprojecten, interieur, landschap, masterplannen, nieuwbouw, transformatie, enzovoort. De architectonische identiteit wordt bij MVRDV gezien als het product waar het bureau om draait en is essentieel. Het is de identiteit die een bureau onderscheidt van andere bureaus. Het product vormt de kernwaarde van een architect. Daarnaast is ook het ontwikkelproces van het product niet minder belangrijk dan het eindresultaat. In 2008 waren de opdrachtgevers voor ieder project van MVRDV steeds nieuwe klanten.  Nu is 35% van de opdrachtgevers een opdrachtgever met wie ze eerder hebben samengewerkt. Door hun internationale pr-strategie te verbeteren is dit verschoven. Als laatste benadrukte Nathalie het belang om als architect open te zijn naar opdrachtgevers, andere disciplines en trends.

Toekomstscenario’s: technologie, ecologie en economie door Fred Schoorl, BNA

Fred Schoorl kondigde de nieuwe toekomstscenario’s aan, welke zijn ontwikkeld door de BNA. De scenario’s betreffen de impact van economie en technologie op architectenbureaus. Daarvoor hebben ze gekeken naar relevante ontwikkelingen, welke zijn vertaald naar vier scenario’s: Next game, Hacked design, Slow data en Trojan horse. De vraag die hierbij gesteld werd was: wat gaan we doen in de komende 10 tot 15 jaar als architectenprofessie? Bestaan wij dan nog wel? De scenario’s zijn uitgezet over twee assen: Europese economische groei (groei of stagnatie) en technologische ontwikkelingen (stapsgewijs of verstorend).

Het opleiden van de nieuwe generatie architecten door Peter Russel, TU Delft

Peter Russel is de decaan van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Hij presenteerde zijn perspectief op hoe de besproken onderwerpen ingebracht kunnen worden in het programma van een architectuuropleiding. Peter ziet architectuur ook als een grote langzame olifant; er zal op dezelfde manier onderwezen worden zoals de afgelopen 200 jaar ook is gedaan. Er zal echter wel worden ingespeeld op ontwikkelingen. Zo zal er bijvoorbeeld nog steeds gewerkt worden in verschillende ontwerpstudio’s, maar meer gestreefd worden naar online educatie, zoals onlinedesignstudio’s. Daarnaast moet er meer nadruk gelegd worden op het interdisciplinaire aspect van bouwprojecten. “The brainwash our students get through, is not the same brainwash others go through” (Peter Russel). Het omgaan met hoe jij een project wilt oplossen en hoe een ander het project wil oplossen is een belangrijke vaardigheid. Ook moet er flexibiliteit komen voor studenten om te kunnen doen wat ze willen. Daarbij moet er sneller gereageerd worden op wat de maatschappij nodig heeft. Tot slot moeten studenten bewust worden gemaakt van hun verantwoordelijkheid als ingenieur.

Debat over de toekomst van de architectuurprofessie

DDW_debat_trademark

Foto @ Chantal Bekker / ClickNL

 

 

 

 

 

 

 

Na de pauze leidde Jasper van Kuijk het debat in. Jasper is cabaretier, columnist en docent aan de faculteit Industrieel ontwerpen in Delft. Hij vertelde over hoe vervelend het kan zijn wanneer het niet duidelijk is wat je met een product moet doen. Esthetische kwaliteit is dus niet voldoende. Toch, zegt Jasper, gebeurt dit wel degelijk in de architectuur. Er wordt niet besproken hoe het architectuurproduct te gebruiken. Het draait voornamelijk om uiterlijk en visuele aspecten. Maar, hoe werkt een gebouw voor de mensen die het gebruiken? Beoordeel dus een gebouw op zijn prestaties.

Alle sprekers, maar ook Juliette Bekkering van de TU Eindhoven, waren uitgenodigd om deel te nemen aan het debat. Uit het publiek reageerde er iemand met de vraag waarom we alleen maar praten over de toekomst en waarom we niet laten zien aan mensen wat we doen. Het is echter wel belangrijk om de waarde van een architect te bepalen en om te kijken wat er verbeterd kan worden. De tool van futurA is er om mensen bewust te maken van de waarden. Peter Russel vulde dit aan met dat er op de universiteit ook naar de horizon wordt gekeken en welke problemen zullen komen. Het is de verantwoordelijkheid van de opleiding om studenten bewust te maken van aardigheden die zij mogelijk nodig hebben. Breng, zoals Kristina voorstelde, bijvoorbeeld ook een economisch perspectief in de opleiding. Als een student hier meer interesse in heeft, zou er de mogelijkheid moeten zijn hier zich verder in te ontwikkelen. De architectenprofessie is ook een business, maar niet iedereen heeft hier per se interesse in. Als laatste werd, in reactie op het intermezzo van Jasper, het gebruik van een gebouw besproken. Dit is een belangrijk aspect voor een architect. Het lijkt echter op, volgens Jasper van Kuijk, dat de architectenprofessie twintig jaar achterloopt op de productontwikkeling voor betreft de focus op eindgebruikers. Hij benadrukt het verschil tussen gebruiker-georiënteerd ontwerpen en gebruiker-gecentreerd ontwerpen. En let hierbij op: de opdrachtgever is niet de gebruiker!